OPEN JE EIGEN BOEK: de finale

 

DSC00558

Nope, geen prijs voor Joël de spermacel en zijn vrienden.  ’ONDERBEWIJSTMIJN‘ heeft geen potten gebroken op ‘Open je eigen boek’, de Nederlandse wedstrijd waar als hoofdprijs je boek werd uitgegeven. Zoals je hierboven kan zien, staan we wel in de catalogus.

Ons boekje ‘Onderbewustmijn’ viel blijkbaar in al zijn soberheid iets te weinig op tussen de flitsende kleurrijke kinder- en prentenboeken over muisjes die huisjes zoeken of vogeltjes die zich graag verstoppen.

De reacties van de andere deelnemers over ‘Onderbewustmijn’ waren alleszins extreem uiteenlopend: ofwel keken de Nederlanders het helemaal uit en werden ze guitig en blij van mijn tekeningen ofwel fronsten ze hun wenkbrauwen tot rimpels toe en flapten ze er iets als ‘minimaal’ of  ‘veel wit, lekker veel plaats om aantekeningen te maken’ of ‘wat leuk, ik maak ook graag zo’n tekeningetjes met een bolletje en handjes enz’. Het blijven vreemde wezens die Nederlanders.

Wat nu gedaan?

We zijn niet van plan om uitgeverijen af te schuimen om naar een publicatie te hengelen, dat is iets te onrealistisch, maar we kunnen wel nog een reeks boekjes bijmaken.

 Je kan er dus altijd eentje bij mij bestellen. Over de prijs moeten Dries en ik het nog hebben, maar exclusief zal het alleszins zijn: een echte Boeski, met de hand genaaid, in een zeer beperkte oplage, binnen enkele jaren wellicht hemels veel waard en misschien stop ik er nog wel een extraatje bij!

 LATER HIEROVER MEER DETAILS…

>> Boeski

 

Reacties (2) »

HET GORDIJN

‘Pak me dan, als je kan!’ Gerlinde loopt rondjes om de tafel, haar kont steekt ze hierbij uitdagend naar achter. Reinhart is een fervent lezer –de zeven leesbrilletjes van verschillende prijsklassen verspreid over heel het appartement zijn daarvan getuige-, maar bij het zien van de ronde billen van zijn vrouw die op en neer wiebelen onder haar vuurrode babydoll, legt hij zijn ‘Tirza’ vlug opzij. Hij duikt haar achterna als een kikkertong achter een sappige bromvlieg. Reinhart komt al snel in een aardig loopritme, maar zijn sedentaire leventje doet hem toch de das om. Hij voelt dat zijn ademhaling niet akkoord gaat met deze onverwachte inspanning. Gerlinde daarentegen is erg snel, hij is er aangenaam door verrast, de rondjes ‘start to run’ zijn dan toch ergens goed voor geweest. Ze is hem steeds een armlengte voor en haar voorsprong wordt nog groter. Ze is zo snel dat ze bijna een hele tafelronde vooruitloopt op hem en plots de rollen omgedraaid zijn. Hij wordt de prooi, zij de jager. Ze lachen allebei bij deze vaststelling. Gerlinde hoog en snel, Reinhart in zijn vuist, die hij nog harder samenbalt, alsof hij er kracht uit wil halen. Hij heeft het geestelijke altijd boven het fysieke verkozen, maar hij blijft een man. Zijn oerinstinct doet hem nog een tandje bijsteken om toch minstens de billen van zijn vrouw aan te tikken en het spelletje met een zege af te ronden.

Dan overvalt het hem plots. De fysieke inspanning heeft zijn hoofd helemaal leeggemaakt. De nutteloze en nuttige data die hij erin opslaat zijn samen met het zweet uit zijn lichaam verdampt, de letters zijn uit zijn kop geflikkerd, de mist is opgetrokken. Tot de waarheid plots alle ademruimte krijgt en helemaal bloot komt te liggen in zijn achterkamers: hij is niet gelukkig. Lopen heeft geen zin meer, hij vertraagt, laat zijn vrouw de finish halen, gaat over naar snelwandelen en blijft uiteindelijk zelfs stilstaan. Zijn hand slaat hij voor zijn ogen om zijn tranen te verbergen. Hij is niet gelukkig. Eigenlijk leest hij niet eens graag. Toch geen moeilijke fictieromans. Al die letters in zinnen gegoten. Liever kijkt hij naar strips, maar dat hebben ze niet in huis. Hier heerst het woord. Nee, eigenlijk leest hij helemaal niet graag. Hij houdt er wel van wanneer mensen naar hem kijken terwijl hij leest. Hij vindt het fijn als ze denken dat hij intelligent en gedistingeerd is. Dat hij het gemaakt heeft in zijn leven. Maar alleen Gerlinde kijkt soms eens naar hem wanneer hij ’s avonds zit te lezen.

Zijn vrouw voelt meteen dat er iets mis is, ze kent haar vent door en door. Ze fluoresceert in gedachten de symptomen uit de gekende lijst en komt al snel tot een besluit: hij heeft verdriet. Ze pakt hem bij zijn arm en begeleidt hem naar de zetel. Reinhart houdt nog steeds zijn handen voor zijn ogen, maar spreken kan hij wel al terug. ‘Weet je nog, Gerlinde, die week dat de gordijnen naar de droogkuis waren en iedereen in ons appartement kon binnenkijken, kon zien welk canvasprogramma bij ons opstaat, welk Piet Huysentruytzout we op onze patatten doen, welke moeilijke boeken we lezen, welke verfijnde interieursmaak we hebben, op welke designstoelen we zitten, die week… wel, toen was ik gelukkig’. Ook nu begrijpt Gerlinde haar man volledig, ze zit namelijk met hetzelfde gevoel: die week hadden ze van elke minuut genoten, bekeken had ze zich het meest voldaan en levend gevoeld in tijden. Gerlinde neemt het gezicht van Reinhart in haar handen, kijkt in zijn ogen en knikt begrijpend. ‘Dan zullen we dat meteen oplossen’, zegt ze. Ze gaat naar de keuken en neemt twee scharen, zet vervolgens de bruidsmars op en geeft een schaar aan Reinhart. Ze weten wat gedaan moet worden en beginnen er meteen aan. Ze knippen. Eerst het livinggordijn, dan het keukengordijn. Ze knippen zich een weg naar het geluk.

>> Boeski

Reacties (3) »

Nessie

Nessie

.. Of hebt u hem laatst nog gezien?

Laat een reactie achter

PRINT IS (NOT!) DEAD

printisdeadcover

Binnenkort verschijnt bij Meulenhoff/Manteau ‘Print is dead’, een bundel met verhalen en gedichten van jonge Vlaamse schrijvers. En geloof het of niet, maar ik sta daar ook in met mijn tijger van een prijsbeest, het kortverhaal ‘Wimpers’.

Het plezier van het schrijven staat voorop. Ja, literatuur heeft nog wat te zeggen. En nee, het boek is nog niet dood. Om dit alles kracht bij te zetten wordt het omslag van Print is dead gezeefdrukt en met de hand van stempels voorzien. Elk exemplaar van deze unieke bloemlezing is uniek.

Het boek wordt voorgesteld op de Nachten op 7 november. Ik kan niet wachten om de andere bijdragen te lezen. Vooral van Eva Mouton, Floris Schillebeeckx, Sylvie Marie en Maarten Inghels verwacht ik instant lekkers. De anderen wil ik gráág ontdekken.

Allé, ge weet wat vragen voor uwe Kerstmis!

>> Boeski

Laat een reactie achter

DE VULKAAN (kortverhaal)

Wel drieduizend keer had Michiel bij zijn moeder gezeurd om een bouwpakket ‘Make your own volcano’. Evenveel keer had ze paniekerig ‘nee’ gezegd, nog voor hij met educatieve argumenten kon aanzetten. Haar kleine jongen, in zijn laatste doodsreutel versteend onder een dikke laag lavakots. Dat was het enige waar zijn moeder bij een vulkaan aan kon denken. Op zijn dertigste had Michiel gelukkig het overbeschermende patchworkdeken van zijn moeder afgeworpen en kocht hij zijn grote droom. In dezelfde winkel waar hij steeds kwijlend de etalageruit had aangedampt.

Michiel streelde de doos zachtjes langs haar rug. Hij was niet het type om de dingen te strelen, zelfs geen wangen of kattenruggen, maar vandaag maakte hij een uitzondering. Voorzichtig maakte hij de lip van de doos open en haalde er de benodigdheden uit. Plakkaatverf. Een vulkaanvorm. En een handleiding om de vulkaan te laten uitbarsten. De eerste teleurstelling was een feit. Hij had gehoopt op een groter model. In zijn gedachten was die vulkaan steeds reusachtig geweest, woest rode brij spuwend over de randen heen. Mooi en meedogenloos tegelijk. Hij besefte dat hij toen gewoon kleiner moest zijn geweest, waardoor de vurige berg machtiger had geleken. Hij zou wat door zijn knieën zakken, als het moment daar was. Terug in de pasvorm van zijn jongetjeslijf kruipen en het spektakel van net boven de tafelrand aanschouwen. Hij kon haast niet wachten.

Hij ging meteen aan de slag, maar handelde traag. Hij wou er tot in de toppen van zijn tenen van genieten. In de handleiding stond dat je het proces oneindig kon herhalen, maar zijn vulkaan zou slechts eenmaal spuiten, kort en hevig. Allesverwoestend. Dat had hij zo gepland. Het moest dus perfect zijn. Al bij het schilderen van de plaasteren vulkaan verloor hij zich in details. Was dat wel het juiste bruin? Toch nog even met wat wit mengen. Laat ik hier al wat vuurrood dreigen? Is de mond onheilspellend genoeg? Toen de vulkaan eindelijk af was, geschilderd en met de haardroger gedroogd, aarzelde Michiel om het feest in gang te steken. Hij bekeek ze nog eens goed, zijn vulkaan. Ze was prachtig. Ze zag eruit als een vulkaan die al wat had meegemaakt, die al duizenden jaren actief was geweest. Trotser en stoerder dan de gemiddelde. Ze zou zeker niet misstaan hebben als hoofdrol in een actiefilm met Pierce Brosnan. En nee, ze zou geen oogje hebben dichtknepen voor hem: ze zou niets van hem heel hebben gelaten.

De vulkaan was mooi, maar er ontbrak iets. Een vulkaan alleen op een livingtafel, dat klopte gewoon niet. Hij moest er een ondergrond voor knutselen. Een bergachtig landschap vol groen. Hier en daar een boompje uit van die parels die zijn moeder nog had verzameld. Een riviertje uit blauw geschilderde plakkaatverf en struikgewas van hele fijne takjes en schaamplukjes mos. Het landschap groeide dagelijks aan en nam nu de hele livingtafel in, er puilden zelfs stukken over de rand. Aardbeistruikjes van poepegattesnoepjes, afgebakende weien met plastieken koetjes in, een schommel in de boom, een vogeltje in een nest… Zijn vulkaan zonk er een beetje bij in het niets. Hij plaatste ze op een bergvoet en maakte ze met een paar kleine ingrepen veel imposanter. Maar nog was Michiel niet klaar voor het finale lavavuurwerk. De ingrediënten voor het lavamengsel zagen weer de binnenkant van de vulkaan niet, hij zette ze netjes terug in de keukenkast…

Uit een doosje dat hij jarenlang zonder duidelijke reden had bewaard kwam de oplossing: vier kleine modelmannetjes die in het vulkaanlandschap zouden wonen. Hij schilderde ze om ze uit elkaar te kunnen. Michiel schiep An en Mark en Frank en Betty. Beide koppeltjes kregen een huisje in de buurt. Twee kleine huisje in twee verschillende kleuren.

De vier woonden graag in het landschap. Vooral An en Mark waren niet bang voor de vulkaan, ze hielden van gevaar en gevaar lag hier nu eenmaal dagelijks gratis op de loer. Zeker de laatste dagen was de vulkaan vaker gaan grollen. Stilletjes als het neuriën van een griezelsoundtrack. ’s Avonds hoorden ze ook een zure wind blazen tegen hun huisjes. Hier en daar was er zelfs een nies te horen of een boer. Ans hartje klopte er opgewonden van. Waren dit voorbodes van het grote moment? Konden vulkanen boeren laten? An vroeg aan Frank of dit de juiste symptomen waren en of het voor binnenkort zou zijn, maar hoewel Frank specialist ter zake was, kon hij het niet met zekerheid zeggen. Hij was een luie vulkaanspecialist, hij had deze observatie alleen maar aanvaard om rustig aan zijn comic book voort te kunnen tekenen. Hij maakte zich er steeds vanaf met een tromgeroffel gevolgd door de duistere woorden: ‘vertrouw nooit een vulkaan’.

De vulkaanopdracht was voor Franks vrouw, Betty een godsgeschenk geweest. Ze wou al heel lang dood, maar was geen heldin in zelfmoord. Toen ze over het genies en geblaas van de vulkaan hoorde, had ze Frank overtuigd om te verhuizen. Die was meteen voor het idee gesmolten. Iedereen tevreden. Zeker Betty, zo kon gewoon thuis zitten wachten op haar dood, ze moest er zich zelfs niet schuldig over voelen. Het zou de fout van de vulkaan zijn. Alleen duurde het haar allemaal te lang. Het leek al eeuwen dat de vulkaan aan het briesen en snuffen was, zonder echt toe te slaan. Om het fijne van de zaak te weten, was ze op een dag helemaal naar boven geklommen. Maar ze zag niets. Ze zette haar bril op om ver te zien, maar nog zag ze tweemaal niets. Er was ook gewoon niets te zien. Geen dreigend geborrel, geen brullend gekolk, geen diepte des duivels… Alleen een groot diep gat, veel saaier dan ze had verwacht. Ze hoorde de vulkaan bijna mopperen, alsof ze zich betrapt voelde in haar naaktheid. Tot in het diepste van haar hart was Betty ontroostbaar. Ze huilde een beekje bij elkaar. Uiteindelijk maakte ze zich weer fatsoenlijk om naar de anderen terug te gaan. Ze zou hen vertellen wat ze gezien had: dat de vulkaan fake was, dat ze nooit zou uitbarsten, dat er geen gevaar was.

Dat mocht niet gebeuren. An mocht niet te weten komen dat er geen gevaar was, ze zou nooit willen blijven in Michiels paradijs. Hoe graag hij Betty ook uit haar lijden wou verlossen en hoe graag hij de vulkaan ook wou zien schitteren in al haar kracht, Michiel was zich enorm aan An gaan hechten. De rest was bijzaak geworden, zij was de ster van het vulkaandorp, van zijn leven. Voor haar had hij de uitbarsting elke dag opnieuw uitgesteld. Om nog een beetje bij haar te kunnen zijn. Haar te zien genieten van kleine dingen. Was het trouwens wel moreel verantwoord om je muze zomaar onder een doodslaag te bedekken, zomaar voor de kunst? Voor het genot van een spektakel van enkele minuten? Mocht hij wel God spelen over haar? De gedachte aan Ans zachte huid die zou verschroeien bij de aanraking met de lava, deed een rilling over zijn rug lopen. Eens de lava gestold, zou haar lichaam tot gruis verschilferen bij de minste zomerbries. Met één pits van zijn pink zou hij haar uit elkaar kunnen doen spatten. Langs zijn wang voelde Michiel een dikke traan rollen. Hij wist niet dat hij dat hij dat überhaupt in hem had, tranen. Het werd een dikke plas, bijna een meer. Nee, Michiel kon het niet. Misschien zou de vulkaan dan toch niet uitbarsten. Nee, misschien moest er helemaal niets gebeuren.

Maar dat was buiten Betty gerekend. Kordaat veegde ze de tranen uit haar ogen en stapte ze de berg weer af, tot ze door een mysterieuze windhoos werd gevangen, struikelde, werd meegesleurd naar de top en in de vulkaanmond viel. Met een felle krijs. De vulkaan slingerde een oerreutel van jewelste de wereld in. Er hing zelfs wat bloed onderaan haar kin. Als dat er niet gevaarlijk uitzag, wist Michiel het ook niet…

>> Boeski

ik geef toe dat het een beetje een vreemd, verwarrend verhaal is…

Reacties (2) »

Geheim plan.

Ik werk aan iets geheims. Iets groots, omvangrijks met letters en lijnen.

Iets heel persoonlijks en toch weer fictiefs.

Het grote nadeel van geheimen is dat je er niets over mag zeggen.

En ik heb zoveel zin om wat dingen te laten uitlekken.  Of wat teasers mee te geven.

Ik hoop dat ik ooit (ergens volgend jaar?) klaar ga zijn met geheimzinnig doen

en u de waarheid netjes onder uw neus kan schuiven…

Ondertussen beloof ik plechtig om terug kortverhalen te schrijven…

Suggesties voor onderwerpen zijn altijd welkom

>> Boeski

Commentaar (1) »

Geselecteerd!

020

Onderbewustmijn‘ heeft de eerste selectie van de wedstrijd ‘Open je eigen boek’ prachtig doorstaan en mag zich nu één van de ‘25 mooiste’ noemen. Er waren 283 inzendingen, niet slecht dus.  

Wat wil dat zeggen? Dat ons boekje mooi is en dat Dries en ik naar de uitreiking mogen op 11 november in Amsterdam. (Weeral zo lang wachten… inderdaad!)
 

Voor wie het echt met zijn eigen ogen wilt zien,
dat kan: http://www.openjeeigenboek.nl/index.html 
je vindt ons onder de B van Barbara… en van blij

 

Blij ! Blij! Blij!

>> Boeski

Reacties (2) »

Fishsticks.

Fishstick

Q. waagt zich nooit te dicht bij de stranden.

Het gevaar voor vernedering is er te groot.

Hij kan namelijk al raden hoe de mensen hun soort

zullen benoemen…

Laat een reactie achter

De b.

Ik zei a en b en

een heleboel andere letters.

De b hield ik nog even bij.

Ik ging er een prachtig woord

mee maken, wie weet

wel een hele zin.

>> Boeski

Laat een reactie achter

Een ontmoeting.

DSC00246

 

DSC00245

DSC00251

Commentaar (1) »