>
In het Oceanario in Lissabon, – stad van de paarse bomen, obsessie voor tegelpatroontjes, op- en afjes, krolse duiven en visgraten in de keel…- ontdekte ik ergens tussen de fluorescerende kwallen, de Nemo-zoekers, de neurotische otters en meneer de griezelig-traag-zwemmende-grote-vis in, een diertje dat mijn vroegere idee van een goede camouflagetechniek met één blik verpulverde: de zeedraak. En me meteen ook mijn idee van een ‘draak’ deed bijstellen: het ding is vrij klein om zo’n monsterlijke naam op zijn rugje gespeld te krijgen, maar hij is indrukwekkend in zijn sensuele traagheid (ook een kunst), breekbaarheid en verstoppingskunst. Het gele zeepaardachtig wezen is gewoon altijd paracomandoklaar: de stengeltjes met kleine groene blaadjes moet hij niet gaan plukken, maar groeien gewoon op en uit zijn lijfje. Handig en slim.
Jep, op slag een adoratieke voor dit curieus beestje..
>> Boeski.
