Woord van de week: ontglipsyndroom

ONTGLIPSYNDROOM (het)

Definitie: aandoening waarbij de persoon in kwestie op cruciale momenten in een gesprek het kernwoord van het gespreksonderwerp of andere cruciale woorden vergeet, (als zijn ze op onverklaarbare manier uit hun geheugen gewist, als zeepbellen ontploft en onvindbaar) en hij/zij systematisch alles vervangt door ‘allé’, ‘dinges’, of andere ultravage woorden. 

Bijzonder: niet te verwarren met geheugenverlies, het op de tong liggen van een woord, dom zijn of een beperkte woordenschat hebben, het is een moment van zinsverbijstering. Kan besmettelijk zijn. Nog niet bewezen of je eraan doodgaat.

Etymologie: omdat er maar geen woord voor leek te bestaan, professoren het fenomeen nog niet onderzocht hebben (wat ook moeilijk is, er zit zeker geen systeem in), ik de enige mens lijk die het heeft en ik er bij deze gelegenheid eens komaf mee wil maken, heb ik er maar zelf een woord voor verzonnen.

Vbn. je bent stoer over een regisseur bezig en dan kan je plots zijn beste film niet meer opnoemen, ineens weggefloept uit je geheugen, zinnen als ”…ah ja, zoals dingske van dinges, allé hoe heet het, allé ge weet wak bedoel” zijn je absoluut niet vreemd,…

Remedie:                                                                                                                                                                

- moelijke optel- of vermenigvuldigingsommetjes maken helpt, je hersenen raken afgeleid en het woord kan zichzelf bevrijden vanachter het obstakel, maar meestal heb je daar helemaal de tijd niet voor en moet je met handen en voeten, neus, keel en oren hints geven aan je luisteraar (als hij wil meedoen tenminste)                                                                                       

- vlug van onderwerp veranderen, beginnen over iets waar je wél mee kan uitpakken en bij kan namedroppen,  tsjakaa!                                                                                                                                 - naar het toilet gaan                                                                                      

- smekend een vertrouwd persoon in je omgeving aankijken en hopen dat hij/zij je genoeg kent om blindelings te weten wat/wie je bedoelt (merci P.!)

Voor elk woord dat ontsnapt, hoop ik dat er zich een glansend gestreken nieuw aanbiedt aan mijn databankbalie; (hopelijk is Jimmy dan van dienst, anders zou het wel eens lang kunnen duren. Merel houdt namelijk lange koffiepauzes en schrikt vooral kleine, doch intelligente woordjes af)

zo, dit is weer uit de wereld: als je me nog eens ziet flippen omdat mijn woord is ontsnapt in het luchtruim: meezoeken of me gewoon knuffelen van je ‘er zullen er wel nieuwe bijkomen’!

>> Boeski

1 Reactie tot nu toe »

  1. 1

    Steven V. zei,

    juni 29, 2008 @ 1:27 pm

    Dit fenomeen doet me wat denken aan die film over vervagende herinneringen waar dingske in meespeelt en waaraan die Franse knutselaar ook heeft meegewerkt. Als ik het me goed herinner, kreeg die opperhobbit in die film over die ringen ook een rolletje toebedeeld en dat mens uit de film over die gezonken boot speelde ook de pannen van het dak.

Commentaar op RSS · TrackBack URI

Say your words