Wel drieduizend keer had Michiel bij zijn moeder gezeurd om een bouwpakket ‘Make your own volcano’. Evenveel keer had ze paniekerig ‘nee’ gezegd, nog voor hij met educatieve argumenten kon aanzetten. Haar kleine jongen, in zijn laatste doodsreutel versteend onder een dikke laag lavakots. Dat was het enige waar zijn moeder bij een vulkaan aan kon denken. Op zijn dertigste had Michiel gelukkig het overbeschermende patchworkdeken van zijn moeder afgeworpen en kocht hij zijn grote droom. In dezelfde winkel waar hij steeds kwijlend de etalageruit had aangedampt.
Michiel streelde de doos zachtjes langs haar rug. Hij was niet het type om de dingen te strelen, zelfs geen wangen of kattenruggen, maar vandaag maakte hij een uitzondering. Voorzichtig maakte hij de lip van de doos open en haalde er de benodigdheden uit. Plakkaatverf. Een vulkaanvorm. En een handleiding om de vulkaan te laten uitbarsten. De eerste teleurstelling was een feit. Hij had gehoopt op een groter model. In zijn gedachten was die vulkaan steeds reusachtig geweest, woest rode brij spuwend over de randen heen. Mooi en meedogenloos tegelijk. Hij besefte dat hij toen gewoon kleiner moest zijn geweest, waardoor de vurige berg machtiger had geleken. Hij zou wat door zijn knieën zakken, als het moment daar was. Terug in de pasvorm van zijn jongetjeslijf kruipen en het spektakel van net boven de tafelrand aanschouwen. Hij kon haast niet wachten.
Hij ging meteen aan de slag, maar handelde traag. Hij wou er tot in de toppen van zijn tenen van genieten. In de handleiding stond dat je het proces oneindig kon herhalen, maar zijn vulkaan zou slechts eenmaal spuiten, kort en hevig. Allesverwoestend. Dat had hij zo gepland. Het moest dus perfect zijn. Al bij het schilderen van de plaasteren vulkaan verloor hij zich in details. Was dat wel het juiste bruin? Toch nog even met wat wit mengen. Laat ik hier al wat vuurrood dreigen? Is de mond onheilspellend genoeg? Toen de vulkaan eindelijk af was, geschilderd en met de haardroger gedroogd, aarzelde Michiel om het feest in gang te steken. Hij bekeek ze nog eens goed, zijn vulkaan. Ze was prachtig. Ze zag eruit als een vulkaan die al wat had meegemaakt, die al duizenden jaren actief was geweest. Trotser en stoerder dan de gemiddelde. Ze zou zeker niet misstaan hebben als hoofdrol in een actiefilm met Pierce Brosnan. En nee, ze zou geen oogje hebben dichtknepen voor hem: ze zou niets van hem heel hebben gelaten.
De vulkaan was mooi, maar er ontbrak iets. Een vulkaan alleen op een livingtafel, dat klopte gewoon niet. Hij moest er een ondergrond voor knutselen. Een bergachtig landschap vol groen. Hier en daar een boompje uit van die parels die zijn moeder nog had verzameld. Een riviertje uit blauw geschilderde plakkaatverf en struikgewas van hele fijne takjes en schaamplukjes mos. Het landschap groeide dagelijks aan en nam nu de hele livingtafel in, er puilden zelfs stukken over de rand. Aardbeistruikjes van poepegattesnoepjes, afgebakende weien met plastieken koetjes in, een schommel in de boom, een vogeltje in een nest… Zijn vulkaan zonk er een beetje bij in het niets. Hij plaatste ze op een bergvoet en maakte ze met een paar kleine ingrepen veel imposanter. Maar nog was Michiel niet klaar voor het finale lavavuurwerk. De ingrediënten voor het lavamengsel zagen weer de binnenkant van de vulkaan niet, hij zette ze netjes terug in de keukenkast…
Uit een doosje dat hij jarenlang zonder duidelijke reden had bewaard kwam de oplossing: vier kleine modelmannetjes die in het vulkaanlandschap zouden wonen. Hij schilderde ze om ze uit elkaar te kunnen. Michiel schiep An en Mark en Frank en Betty. Beide koppeltjes kregen een huisje in de buurt. Twee kleine huisje in twee verschillende kleuren.
De vier woonden graag in het landschap. Vooral An en Mark waren niet bang voor de vulkaan, ze hielden van gevaar en gevaar lag hier nu eenmaal dagelijks gratis op de loer. Zeker de laatste dagen was de vulkaan vaker gaan grollen. Stilletjes als het neuriën van een griezelsoundtrack. ’s Avonds hoorden ze ook een zure wind blazen tegen hun huisjes. Hier en daar was er zelfs een nies te horen of een boer. Ans hartje klopte er opgewonden van. Waren dit voorbodes van het grote moment? Konden vulkanen boeren laten? An vroeg aan Frank of dit de juiste symptomen waren en of het voor binnenkort zou zijn, maar hoewel Frank specialist ter zake was, kon hij het niet met zekerheid zeggen. Hij was een luie vulkaanspecialist, hij had deze observatie alleen maar aanvaard om rustig aan zijn comic book voort te kunnen tekenen. Hij maakte zich er steeds vanaf met een tromgeroffel gevolgd door de duistere woorden: ‘vertrouw nooit een vulkaan’.
De vulkaanopdracht was voor Franks vrouw, Betty een godsgeschenk geweest. Ze wou al heel lang dood, maar was geen heldin in zelfmoord. Toen ze over het genies en geblaas van de vulkaan hoorde, had ze Frank overtuigd om te verhuizen. Die was meteen voor het idee gesmolten. Iedereen tevreden. Zeker Betty, zo kon gewoon thuis zitten wachten op haar dood, ze moest er zich zelfs niet schuldig over voelen. Het zou de fout van de vulkaan zijn. Alleen duurde het haar allemaal te lang. Het leek al eeuwen dat de vulkaan aan het briesen en snuffen was, zonder echt toe te slaan. Om het fijne van de zaak te weten, was ze op een dag helemaal naar boven geklommen. Maar ze zag niets. Ze zette haar bril op om ver te zien, maar nog zag ze tweemaal niets. Er was ook gewoon niets te zien. Geen dreigend geborrel, geen brullend gekolk, geen diepte des duivels… Alleen een groot diep gat, veel saaier dan ze had verwacht. Ze hoorde de vulkaan bijna mopperen, alsof ze zich betrapt voelde in haar naaktheid. Tot in het diepste van haar hart was Betty ontroostbaar. Ze huilde een beekje bij elkaar. Uiteindelijk maakte ze zich weer fatsoenlijk om naar de anderen terug te gaan. Ze zou hen vertellen wat ze gezien had: dat de vulkaan fake was, dat ze nooit zou uitbarsten, dat er geen gevaar was.
Dat mocht niet gebeuren. An mocht niet te weten komen dat er geen gevaar was, ze zou nooit willen blijven in Michiels paradijs. Hoe graag hij Betty ook uit haar lijden wou verlossen en hoe graag hij de vulkaan ook wou zien schitteren in al haar kracht, Michiel was zich enorm aan An gaan hechten. De rest was bijzaak geworden, zij was de ster van het vulkaandorp, van zijn leven. Voor haar had hij de uitbarsting elke dag opnieuw uitgesteld. Om nog een beetje bij haar te kunnen zijn. Haar te zien genieten van kleine dingen. Was het trouwens wel moreel verantwoord om je muze zomaar onder een doodslaag te bedekken, zomaar voor de kunst? Voor het genot van een spektakel van enkele minuten? Mocht hij wel God spelen over haar? De gedachte aan Ans zachte huid die zou verschroeien bij de aanraking met de lava, deed een rilling over zijn rug lopen. Eens de lava gestold, zou haar lichaam tot gruis verschilferen bij de minste zomerbries. Met één pits van zijn pink zou hij haar uit elkaar kunnen doen spatten. Langs zijn wang voelde Michiel een dikke traan rollen. Hij wist niet dat hij dat hij dat überhaupt in hem had, tranen. Het werd een dikke plas, bijna een meer. Nee, Michiel kon het niet. Misschien zou de vulkaan dan toch niet uitbarsten. Nee, misschien moest er helemaal niets gebeuren.
Maar dat was buiten Betty gerekend. Kordaat veegde ze de tranen uit haar ogen en stapte ze de berg weer af, tot ze door een mysterieuze windhoos werd gevangen, struikelde, werd meegesleurd naar de top en in de vulkaanmond viel. Met een felle krijs. De vulkaan slingerde een oerreutel van jewelste de wereld in. Er hing zelfs wat bloed onderaan haar kin. Als dat er niet gevaarlijk uitzag, wist Michiel het ook niet…
>> Boeski
Dr..s zei,
oktober 24, 2009 @ 3:56 pm
een beetje vreemd, niet echt verwarrend, maar wel schitterend.
Prachtige overgang tussen 2 werelden.
MOOI MOOI MOOI
Boeski zei,
oktober 24, 2009 @ 4:11 pm
MERCI
Hihi, gij begrijpt al mijn kronkels hé